U bent hier

ALL - Bloed en bloedcelproductie

 

Bloed is een vloeistof die door het lichaam circuleert en is samengesteld uit diverse gespecialiseerde cellen die in een geelachtige substantie, het plasma, ronddrijven en allerlei zouten, antilichamen en bloedstollingsfactoren die in het plasma zijn opgelost.

Bloed heeft een aantal zeer belangrijke functies. Het vervoert - naast diverse voedingsstoffen - zuurstof vanaf de longen naar de diverse weefsels en organen en ook de witte bloedcellen en bloedplaatjes naar plaatsen die geïnfecteerd of beschadigd zijn en voert op de terugweg ook afvalproducten af.

Er zijn drie soorten bloedcellen:
• Rode bloedcellen (erytrocyten)
• Witte bloedcellen (leukocyten)
• Bloedplaatjes (trombocyten)

Bij een gezonde volwassene produceert het beenmerg per dag ongeveer 2,5 miljoen rode , 1 miljoen witte bloedcellen en 2 miljoen bloedplaatjes per kg lichaamsgewicht. Deze bloedvorming, hematopoïese genaamd, vindt voor de geboorte bij de foetus plaats in de lever en de milt.Na de geboorte worden de bloedcellen aangemaakt in de sponsachtige substantie die zich in de holte van de beenderen bevindt, het beenmerg.

Het Beenmerg:

Microscopisch zicht van normaal beenmerg


Het beenmerg in de botten (grote beenderen, wervels, bekken etc.) is voor het merendeel verantwoordelijk voor de aanmaak van de bloedcellen. Het is de fabriek van bloedcellen. Alle bloedcellen worden daar gevormd, alleen de lymfocyten worden daarnaast ook in de lymfeklieren aangemaakt. Het beenmerg produceert de zogenaamde stamcellen. De stamcellen zijn de moeder - cellen waaruit zich de diverse soorten bloedcellen ontwikkelen. Deze stamcellen reageren op chemische signalen (cytokines) die door het lichaam worden afgegeven om naar behoefte een of meerdere soorten bloedcellen aan te maken.

De stamcellen vermenigvuldigen zichzelf namelijk keer op keer door deling. Deze cellen ontwikkelen zich dan verder en rijpen uit tot meer gespecialiseerde cellen, de rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes. De bloedcellen worden door het beenmerg aan het bloed afgegeven. Normaal bestaat er een evenwicht tussen het aanmaken en afsterven van bloedlichaampjes, zodat er precies voldoende van elke soort zijn.

In het kort: door rijping van de stamcellen worden in het beenmerg bloedcellen aangemaakt. Wanneer de bloedcellen volgroeid en dus functioneel zijn, verlaten zij het beenmerg en komen, samen met een zeer klein aantal stamcellen, in de bloedbaan terecht.

Verklaring bij de tabel:
Stamcellen zijn ongedifferentieerde cellen waaruit zich specifieke cellen ontwikkelen. Maar er is één soort stamcel ( moedercel) , die zich, in een eerste fase, nog tot verschillende soorten bloedcellen kan ontwikkelen: m.a.w. het zijn multipotentiële voorlopercellen. Er is een groep van die multipotentiële cellen die zich “specialiseert” om lymfocyten aan te maken (de multipotentiële lymfocyten). De andere bloedcellen, alsook de bloedplaatjes ontwikkelen zich uit een andere groep, de multipotentiële hemapoëtische (bloedcelaanmakende) cellen.
Het is door rijping en differentiatie van hun voorlopercellen dat uiteindelijk, zowel de eigenlijke bloedcellen (6 soorten)als de lymfocyten (3 soorten), ontstaan.


Let wel: alle in de tabel genoemde bloedcellen, op de rode bloedcellen en de bloedplaatjes na, horen tot de groep van de leukocyten (witte bloedcellen), dus ook de lymfocyten die zich (zie 2.1.2.) hoofdzakelijk in de lymfeklieren en in de lymfevaten bevinden.

Kanker kan ook ontstaan in de witte bloedcellen die in het beenmerg of het lymfestelsel worden aangemaakt.Leukemie is een kanker van de witte bloedcellen, de leukocyten.

Bij deze ziekte is er sprake van een ongecontroleerde deling van bepaalde soorten witte bloedcellen waarbij deze kankercellen hun taak niet meer naar behoren vervullen.
In tegenstelling tot kanker in een orgaan - de zogenoemde “solide” ( of vaste ) tumor - zit bij leukemie de kanker eigenlijk in het gehele lichaam, want het bloed komt overal. Deze abnormale witte bloedcellen reageren niet meer op signalen die zeggen dat er voldoende zijn aangemaakt. Daardoor ontstaan er een overmaat aan onrijpe of onvolledig uitgerijpte witte bloedcellen.

De productie van normale bloedcellen in het beenmerg komt door deze woekering in de verdrukking. In het begin is er alleen in het beenmerg sprake van een overmaat aan onrijpe of onvoldoende uitgerijpte witte bloedcellen, maar na verloop van tijd komen deze cellen in de bloedbaan terecht en dus ook in organen als de lymfeklieren, milt en lever.
Deze weefsels kunnen na verloop van tijd overvol raken en in omvang toenemen en klachten veroorzaken.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen acute en chronische leukemie.
Het verschil is gebaseerd op de mate van rijping van de abnormale cellen. Bij acute leukemie rijpen de cellen niet uit en treden binnen enkele weken klachten op als gevolg van opeenhoping van deze onrijpe cellen. Bij chronische leukemie rijpen de cellen aanvankelijk nog redelijk goed uit, waardoor het proces trager verloopt en de klachten zich later manifesteren.

Verder wordt er onderscheid gemaakt op basis van het celtype van de abnormale bloedcellen en kennen we, zoals reeds aangegeven, lymfatische en myeloïde leukemie.

Het Lymfesysteem en het Immuunsysteem

In lymfe – een op plasma gelijkende dunne vloeistof , afkomstig uit het weefselvocht - bevinden zich de voedingsstoffen en vanuit de darmen opgenomen vetten en afvalstoffen
die uit de cellen worden meegevoerd. Deze vloeistof verzamelt zich in vaten met heel dunne wanden (de lymfevaten). De lymfevaten monden uiteindelijk weer in de bloedbaan uit.

De lymfeklieren (ook wel lymfeknopen genoemd) zijn kleine boonachtige orgaantjes op diverse plaatsen in het lichaam waar de diverse kanaaltjes samenkomen.
In deze knooppunten bevinden zich veel lymfocyten die de in de lymfe doorgedrongen organismen bestrijden als deze door de klieren worden gefilterd.

De lymfeklieren, de lymfevaten die deze met elkaar verbinden, en de achter het borstbeen gelegen zwezerik ( de thymus), vormen samen het lymfesysteem.
Ook de ophopingen van lymfocyten in de amandelen , het darmkanaal en de milt maken deel uit van het lymfesysteem. Dit systeem en de lymfocyten die zich daarin bevinden, maken deel uit van het immuunsysteem van het lichaam.
Ze verdedigen het lichaam tegen organismen die infecties veroorzaken, vernietigen binnengedrongen bacteriën en virussen en helpen bij de verwijdering van abnormale, defecte en afgestorven cellen.

Het antwoord van het lichaam op vreemde substanties wordt de immuunreactie genoemd.
Bij deze reactie worden de immuun - cellen (immunocyten) geactiveerd.
De immuun-cellen kunnen op grond van hun functie en plaats van rijping worden onderverdeeld in twee typen:
B–cellen (vnl. vanuit het beenmerg aangemaakt)
T–cellen ( via de thymus - de zwezerik - aangemaakt)

Deze immunocyten zijn in staat om niet – lichaamseigen materie (antigenen) te herkennen en te vernietigen. De T–cellen ( de “killer-cells” ) vallen de vreemde materie gelijk aan en vernietigen deze.De B–cellen produceren antilichamen die de binnengedrongen materie verder onschadelijk maken. Zie onderstaande afbeeldingen:



Wanneer een virus of bacterie het lichaam binnendringt en door de T-cellen onschadelijk wordt gemaakt, komt deze uiteindelijk in een lymfeknoop terecht. Daar aangekomen stimuleert het de B–cellen om specifieke antilichamen aan te maken.Wanneer deze cellen geconfronteerd zijn geweest met een bepaald antigeen, worden sommige van hen “geheugencellen” die dat antigeen onthouden, zodat het de volgende keer sneller kan worden aangepakt. De antilichamen worden ook aangeduid als immuunglobulinen en gammaglobulinen.

Er zijn 5 soorten immuunglobulinen:
• IgG
• IgA
• IgM
• IgE
• IgD

Zij zorgen voor immuniteit, de weerstand tegen ziekten.

Witte Bloedcellen

De witte bloedcellen kunnen worden verdeeld in:
Granulocyten
Deze bevatten enzymen die micro – organismen zoals bacteriën, cellen en afval daarvan kunnen opnemen en verteren. Ze worden afhankelijk van het type granula (korrels) onderverdeeld in:
• Neutrofielen
• Eosinofielen
• Basofielen

Monocyten


Microscopisch zicht van een monocyt

Dit zijn fagocyten ( grote witte bloedcellen) die zich in het bloed o.a ontwikkelen tot macrofagen. Deze macrofagen hebben het vermogen vreemde materie op te nemen en onschadelijk te maken. Ze zijn tevens belangrijke producenten van de cytokines die het signaal afgeven dat er bepaalde bloedcellen moeten worden aangemaakt.

Lymfocyten
Dit zijn de belangrijkste cellen binnen het immuunsysteem en maken ongeveer 1/3 tot 1/2 van het aantal witte bloedcellen uit. Zij produceren de antistoffen (antilichamen) tegen de indringers (antigenen). Naast in het beenmerg worden ze vooral aangemaakt in de lymfeklieren.

Als de granulocyten – die in het beenmerg worden geproduceerd – kwaadaardig veranderen, spreekt men over myeloïde leukemie. Indien de lymfocyten maligne worden, is er sprake van lymfatische leukemie.

Theme by Danetsoft and Danang Probo Sayekti inspired by Maksimer